het sprookje
drie molenaarszonen krijgen een erfenis: een molen, een ezel en een kat • hannes is ontevreden: “wat moet ik met een kat”? • de kat loopt hem achterna zegt dat hij moet durven • “ik zal je leren hoe, luister goed” • dan vraagt de kat om leren laarzen • hannes zorgt voor laarzen en de kat gaat direct naar het paleis • onderweg vangt hij een konijn • die geeft hij aan de koning “van de markies van carabas” • dan rent hij naar huis en zegt tegen hannes dat ’t ie moet gaan zwemmen •
hannes springt in de vijver • dan komt de koning langs • de gelaarsde kat rent naar de koets en roept “help, help de markies verdrinkt” • de koning geeft opdracht droge kleren te halen voor hannes • hij mag meerijden in de koets • prinses sofie kijkt haar ogen uit; hannes ziet er mooi uit • nu rent de kat vooruit en zegt tegen de arbeiders op het land “als de koning zo langsrijdt, zeg hem dat dit land van de markies van carabas is” • en zo geschiedt •
de koning en prinses zijn onder de indruk van hannes • de kat is inmiddels naar het kasteel van de verschrikkelijke reus gesneld • daar vraagt hij aan de reus of hij zichzelf in een muis kan toveren • de reus is dom, doet het en 'hap' weg is de muis • nu stopt de koets bij het kasteel • de gelaarsde kat opent de poort en roept “kom binnen in het kasteel van de markies van carabas” • de koning vindt ‘de markies’ geweldig • prinses sofie is verliefd op hem • hannes en sofie trouwen en later als de koning sterft, wordt hannes de nieuwe koning • de gelaarsde kat blijft voor altijd bij hannes wonen om hem te helpen als hij niet durft •